Dwergschnauzers

Rasstandaard

GEBRUIK:Gezelschaps- en begeleidingshond.

FCI_CLASSIFICATIE Groep 2: Pinschers, Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden Sektie 1 Pinschers en Schnauzers; met africhtingscertificaat.

KORT HISTORISCH OVERZICHT:

Rond het jaar 1900 vond in de omgeving van Frankfurt am Main een Schnauzerdwerg zijn weg, die toen nog Ruwhaar Dwergpinscher werd genoemd. Het was geen gemakkelijke opgave, uit de verschillende verschijningsvormen, maten en types en de wirwar van harde, zachte en zijdeachtige vachten een kleine hond te fokken, die in uiterlijk en in karakter volledig op zijn grote broer, de Schnauzer, leek.

ALGEMEEN VOORKOMEN: Klein, krachtig, eerder gedrongen dan slank, ruwharig, elegant, de verkleinde versie van de Schnauzer, zonder de voor dwergrassen typische gebreken.

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN:

* Vierkante bouw waarbij de schofthoogte ongeveer overeenkomt met de romplengte.

* De totale lengte van de kop (neuspunt tot achterhoofdsknobbel) komt overeen met de helft van de ruglengte (schoft tot staartaanzet).

GEDRAG / KARAKTER: Zijn karaktertrekken komen overeen met die van de Schnauzer en worden beïnvloed door het bij een dwerghond behorende temperament en gedrag. Schranderheid, onverschrokkenheid, uithoudingsvermogen en waakzaamheid maken de Dwergschnauzer tot een prettige huishond en ook als waak- en begeleidingshond, die zonder problemen in een kleine woning kan worden gehouden.

HOOFD:

Schedel: Krachtig en langgestrekt, zonder sterk afgetekende achterhoofdsknobbel. Het hoofd moet bij de substantie van de hond passen. Het voorhoofd is vlak en verloopt zonder rimpels parallel ten opzichte van de neusrug.

Stop: Wordt door de wenkbrauwen duidelijk benadrukt.

Neus: De neusspiegel is goed gevormd en altijd zwart.

Voorsnuit: Eindigt in een afgestompte wig. De neusrug is recht.

Lippen: Zwart, stak en glad aanliggend aan de kaken, mondhoek gesloten.

Kaken / Gebit: Krachtige boven- en onderkaak. Het volledige schaargebit ( 42 elementen gelijk aan de gebitsformule ) is krachtig ontwikkeld, goed sluitend en zuiver wit. De kauwspieren zijn krachtig ontwikkelt, maar mogen niet zo sterk tonen, dat de bakken de rechthoekige hoofdvorm ( met baard ) verstoren.

Ogen: Middelgroot, ovaal, naar voren gericht, donker, met levendige uitdrukking, oogleden goed gesloten.

Oren: Hangoren, V-vormig, hoog aangezet en gelijkmatig gedragen, de binnenkant tegen het hoofd aanliggend, naar voren in de richting van de slapen gedragen, waarbij de parallelle vouwen niet boven de schedel uit mogen komen .

HALS: De gespierde nek heeft een naar boven verlopende welving. De hals gaat harmonisch over in de schoft. Krachtig geplaatst,slank, edel gebogen en bij de substantie van de hond passend. De keelhuid ligt strak aan, zonder plooien.

LICHAAM:

Bovenbelijning: Van de schoft naar achteren, licht hellend verlopend.

Schoft: Vormt het hoogste punt van de rug.

Rug: Krachtig, kort en stevig.

Lendenen: Kort, krachtig en diep.De afstand van de laatste rib tot aan de heup is kort, waardoor de hond een gedrongen verschijning heeft.

Bekken: Licht afgerond overlopend, onmerkbaar overgaand in de staartaanzet.

Borst: Matig breed, in doorsnee ovaal, tot de elleboog reikend. De voorborst wordt door de borstbeen punt markant gevormd.

Onderlijn en buik: Flanken niet bovenmatig opgetrokken, met de onderzijde van de ribbenkast een mooie gebogen lijn vormend.

STAART: Natuurlijke staart.

LEDEMATEN:

VOORHAND:  Algemeen: De voorbenen zijn van voren bezien, stevig, recht en niet nauw gesteld. De onderarmen staan, van opzij bezien, recht.

Schouders:Het schouderblad ligt stevig tegen de ribbenkast aan, is aan beide kanten van de schouderbladgroef goed gespierd en steekt boven de doornuitsteeksels van de rugwervels uit. Zo schuin en goed teruggelegen als mogelijk bedraagt de hoek t.a.v. de horizontaal ongeveer 50°.

Opperarm:Goed tegen de romp aanliggend, krachtig en gespierd, hoek t.a.v. het schouderblad ongeveer  95-105°.

Ellebogen: Goed aanliggend, noch naar binnen, noch naar buiten uitdraaiend.

Onderarm: Van alle kanten bezien volledig recht, krachtig ontwikkeld en goed gespierd.

Polsgewricht: Krachtig, stabiel, slechts onmerkbaar van de structuur van de onderarm afwijkend.

Voormiddenvoet: Van voren bezien loodrecht, van opzij bezien iets schuin geplaatst krachtig en licht verend.

Voeten: Kort en rond, tenen nauw tegen elkaar aan liggend en gewelfd ( katvoet ),met korte, donkere nagels en stevige voetzolen.

ACHTERHAND  

Algemeen: Van opzij bezien schuin geplaatst, van achteren bezien parallel verlopend, niet nauw gesteld.

Bovenbeen: Matig lang, breed en krachtig gespierd.

Knie: Noch naar binnen noch naar buiten geplaatst.  Onderbeen: Lang en krachtig, pezig, overgaand in een krachtig spronggewricht.

Spronggewricht: Duidelijk gehoekt, krachtig, stabiel, noch naar binnen, noch naar buiten gericht.

Hak: Kort en loodrecht op de bodem staand.

Voeten: Tenen kort, gewelfd en nauw tegen elkaar aan liggend, nagels kort en zwart.

GANGWERK: Elastisch, elegant, wendbaar, vrij en met ruime tred. De voorbenen grijpen zover als mogelijk uit, de achterhand geeft ver uitgrijpend en verend de nodige stuwkracht.Het voorbeen van de ene en het achterbeen van het andere zijde worden gelijktijdig naar voren geplaatst. Rug, spierbanden en gewrichten zijn vast.

HUID: Nauw aansluitend aan het hele lichaam.

VACHT:

Structuur: Het haar moet draadachtig hard zijn en dicht ingeplant. Het bestaat uit een dichte onderwol en het in geen geval te korte, harde dekhaar, dat goed aanligt. Het dekhaar is ruw, lang genoeg om de textuur aan te kunnen tonen en is noch ruig, noch golvend. Het haar aan de benen heeft de neiging niet zo hard te zijn. Op de schedel en aan de oren is het kort. Als typisch kenmerk geldt een niet te zachte baard aan de voorsnuit en borstelige wenkbrauwen, die de ogen licht overschaduwen.

KLEUR:  Zuiver zwart met zwarte onderwol  Peper en zout  Zwart / Zilver  Zuiver wit met witte onderwol Voor peper en zout kleurig geldt als fokdoel een gemiddelde schakering van gelijkmatig verdeelde goed  gepigmenteerde pepering en grijze onderwol. Toegelaten zijn de kleurnuances van donker ijzergrauw tot zilvergrijs. Bij alle kleurnuances behoort een donker masker, dat de uitdrukking accentueert die in harmonie moet zijn met de te onderscheiden kleurslag. Duidelijk lichte aftekeningen aan het hoofd, op de borst en aan de benen zijn ongewenst. Voor de zwart / zilver geldt als fokideaal zwart dekhaar met zwarte onderwol, witte aftekeningen boven de ogen, aan de bakken, aan de baard, aan de keel, aan de voorzijde van de borst twee aparte driehoeken, aan de middenvoet van de voorbenen, aan de voeten, aan de binnenzijde van de achterbenen en rond de anus. Schedel, nek en buitenkant van de oren moeten net als het dekhaar zwart zijn.

GROOTTE EN GEWICHT:

Schofthoogte: Reuen en Teven tussen 30 en 35 cm. Gewicht: Reuen en Teven ongeveer 4,5 tot 7 kilo.

FOUTEN: Iedere afwijking van de boven genoemde punten moet als fout worden aangemerkt en de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet. In bijzonder:  Zware of ronde schedel.  Gerimpeld voorhoofd  Korte, spitse of smalle voorsnuit  Tanggebit  Te sterk ontwikkelde bakken of jukbeenderen  Lichte, te grote of ronde ogen  Laag aangezette of zeer lange oren, verschillend gedragen.  Losse keelhuid  Wammen, hertenhals  Te lange, opgetrokken of zwakke rug  Karperrug  Afvallende croupe  Naar het hoofd gerichte staartaanzet  Lange voeten  Telgang  Te kort, lang, zacht, golvend, ruig of zijdeachtig haar  Bruine onderwol  Bij peper en zout kleurige: aalstreep of zwart zadel  Niet zuiver van elkaar gescheiden driehoeken op de borst bij zwart/zilver  Boven of ondermaat tot 1 cm.

ZWARE FOUTEN:  Plompe of lichte, laaggestelde of hoogbenige bouw  Omgekeerde geslachtsverschijning ( bijv. reuachtige teef )  Naar buiten gedraaide ellebogen  Steile of o-benige achterhand  Te lang onderbeen  Naar binnen gedraaid spronggewricht  Te korte hak  Witte of gevlekte beharing bij de kleuren zwart en peper en zout  Gevlekte beharing bij de kleuren zwart / zilver en wit  Boven of ondermaat van meer dan 1cm en minder dan 2 cm.

DISKWALIFICERENDE FOUTEN:  Misvormingen van welke aard ook  Gebrekkig type  Gebitsfouten zoals bovenvoorbeet, ondervoorbeet, kruisgebit.  Grove fouten in de onderscheiden onderdelen als lichaamsfouten, vacht- of kleurfouten.  Boven- of ondermaat van meer dan 2 cm.  Schuw, agressief, boosaardig, overdreven wantrouwig, nerveus gedrag.

NB Reuen moeten duidelijk twee normaal ontwikkelde teelballen hebben, die geheel in het scrotum zijn ingedaald.